Een brokje geschiedenis

Kant verscheen in de renaissance en ontwikkelde zich daarna zeer snel in wat nu onze regio is. In Brussel hanteerden de kantwerksters twee technieken, apart of gecombineerd: kloskant en naaldkant.

Brusselse kant kende zijn hoogtepunt in de 18de eeuw. Het geniet erkenning vanwege de kwaliteit en de verfijning van de motieven maar ook vanwege de fijnheid van de gebruikte linnendraad. De techniek van kloskant in delen droeg eveneens bij tot de faam van Brusselse kant. In de stad streek een heuse kleine kantnijverheid neer. Verkopers en verkoopsters van kant schakelden vele handen in en verwierven een sociaal voordeelstatuut.

 Brusselse kant werd over heel Europa uitgevoerd. In 1662 zag het Engelse parlement zich zelfs genoodzaakt de invoer van kant op het eiland te verbieden. De Engelse adel kocht zich namelijk arm aan Brusselse kant. Om met de verkoop te kunnen doorgaan, veranderden onze kantverkopers simpelweg de naam van hun product. Brusselse kant werd toen Point d'Angleterre.

Vanaf het einde van de 18de eeuw begon de kantnijverheid in Brussel geleidelijk achteruit te gaan. In de 19de eeuw kwamen mechanische technieken zoals mechanische tule beetje bij beetje in de plaats van het handwerk.
Na de Eerste Wereldoorlog verdween de kantnijverheid helemaal uit Brussel. Er wordt sindsdien geen kant meer gemaakt met de hand. De huidige Brusselse kant is kantwerk dat bestaat uit stroken die per meter uit machines komen.